|
|

|
Verhaal |
|
|
Het verhaal
van “De Engel Van Amsterdam” is met zijn personages losjes gebaseerd op
“Gijsbrecht van Aemstel”, een toneelstuk dat in 1637 werd geschreven
door Joost van den Vondel ter gelegenheid van de opening van de nieuwe
schouwburg in Amsterdam. De musical werd geschreven ter gelegenheid van
het 700-jarige bestaan van de stad Amsterdam.
Het verhaal
begint wanneer de bewoners van Amterdam in opstand komen tegen de Heer
van Amsterdam, Gijsbrecht van Amstel, die een hele buurt wil afbreken
omdat die zijn plannen voor de nieuwe haven in de weg staat. De bewoners
van de buurt pikken het natuurlijk niet en komen in opstand! Ze krijgen
hierbij steun van Venerik, de zoon van Gijsbrecht, die hierdoor
lijnrecht tegenover zijn vader komt te staan. En moeder Badeloch zit
daar - zoals zoveel moeder - altijd maar weer tussen. Ten einde raad
vraagt zij de hemel om hulp en zowaar: haar bede wordt verhoord. De
Engel Rafaël wordt naar Amsterdam gezonden met een boodschap. Eenmaal
daar aangekomen raakt Rafaël zo in de war van het gekrakeel in
Amsterdam, dat zij haar boodschap vergeet. En ze mag niet terugkeren
naar de hemel voordat zij haar boodschap heeft afgeleverd! Hoe langer
zij echter tussen de mensen verblijft, des te meer ze ervan gaat
genieten. Vooral van die aardige bisschop Gozewijn; dat is nou toch écht
zo'n aardige man!... Gijsbrecht denkt inmiddels een handlanger te hebben
gevonden in de persoon van Vosmeer, de spion. Vosmeer zal hem vele vaten
buskruit leveren, die hij dan weer kan gebruiken om in één klap de
Nieuwmarktbuurt van de kaart te vegen. En dan zal die prachtige haven er
tóch komen!...
|
|
|
|
|